Gemeenteraad 18 december

19 December 2025

Gemeenteraad 18 december

Tijdens de gemeenteraad van 18 december 2025 werd het meerjarenplan 2026-2031 ter goedkeuring voorgelegd. Voor Groen ontbreekt in dit meerjarenplan een duidelijke lokale en toekomstgerichte visie. Investeren in gezinnen, onderwijs, cultuur, natuur en verenigingen zou centraal moeten staan. Dat is vandaag niet het geval.

Het meerjarenplan bepaalt de beleidskeuzes en prioriteiten voor de komende jaren en heeft een directe impact op gezinnen, verenigingen en het sociale weefsel van onze gemeente.

Een van de meest ingrijpende beslissingen is de afschaffing van warme maaltijden in de lagere scholen. Opvallend is dat het personeel voor het middagtoezicht reeds in opzeg werd gezet nog vóór het meerjarenplan met de gemeenteraadsleden werd gedeeld of goedgekeurd. Dat roept ernstige vragen op over transparantie en behoorlijk bestuur.

Deze maatregel treft vooral werkende gezinnen. Voor ouders met onregelmatige of lange werkuren betekent de mogelijkheid tot warm eten op school een essentiële ondersteuning. Het verlaagt de logistieke druk in de avond, creëert ruimte voor buitenschoolse activiteiten en verhoogt het welzijn van kinderen. Bovendien vervullen middagtoezichters een veel ruimere rol dan enkel het verdelen van maaltijden: zij zorgen voor alle kinderen, houden toezicht, onderhouden de lokalen en fungeren als aanspreekpunt bij conflicten of pestgedrag.

De besparing die Open Vld en CD&V hiermee beogen, situeert zich bij medewerkers die slechts enkele uren per week werken en amper een handvol voltijdsequivalenten vertegenwoordigen. Het middagtoezicht zal nu verschuiven naar ander schoolpersoneel, wat de werkdruk daar verhoogt. Opvallend is ook dat ouders en ouderverenigingen hierover nooit werden bevraagd, ondanks het veelvuldig gebruik van het woord “participatie” in het meerjarenplan.

Voor Groen is deze besparing onaanvaardbaar, temeer omdat het subsidiebudget dat Huldenberg ontvangt van de Vlaamse overheid voor lager onderwijs en kinderopvang niet volledig wordt aangewend waarvoor het bedoeld is. Jaarlijks blijft binnen dit beleidsdomein ongeveer 100.000 euro over, dat in de algemene gemeentekas terechtkomt. Deze middelen worden onder meer ingezet voor de organisatie van het Belgisch Kampioenschap wielrennen, een evenement dat de gemeente 254.000 euro zal kosten zonder aantoonbare opbrengsten voor de lokale gemeenschap.

Hoewel wielrennen een populaire sport is in Vlaanderen, rijst de vraag of gezinnen extra logistieke druk moeten dragen zodat een beperkt aantal mensen hun hobby kan beleven op kosten van meer dan 10.000 inwoners. Bovendien geven lokale handelaars aan dat eerdere wielerevenementen nauwelijks economische meerwaarde voor hen opleverden; de opbrengsten gaan voornamelijk naar grote organisatoren, niet naar lokale partners.

Daarnaast stelt Groen zich vragen bij de structurele beheersbijdrage die de lokale voetbalclub al decennialang ontvangt. Het bedrag van 18.592 euro – een historisch restant uit het tijdperk van de Belgische frank – staat in schril contrast met het totale subsidiebudget van 18.500 euro dat verdeeld moet worden over alle andere 19 sportclubs samen. Het is bovendien onduidelijk of de voetbalclub ook van dit algemene budget kan profiteren. Dit wijst op een ongelijke behandeling én op een genderprobleem: voetbal is overwegend een mannensport en wordt hier duidelijk bevoordeeld ten opzichte van andere sporttakken waarin meer vrouwen actief zijn. Sportbeleid mag niet worden herleid tot voetbal en wielrennen alleen.

Tegelijkertijd voorziet het meerjarenplan voor ongeveer 30 miljoen euro aan investeringen in infrastructuur. Hoewel investeringen op zich positief zijn, betekent dit financieel dat de gemeentelijke schuld stijgt van circa 10 miljoen naar 19 miljoen euro. Het is dan ook moeilijk te rijmen dat dit plan wordt voorgesteld als een voorbeeld van “goed financieel beheer”.

Wat de site van het Keyhof betreft, blijft de visie bijzonder beperkt. Er wordt enkel voorzien in de bouw van een nieuwe loods, met een aanzienlijke kost van 3 miljoen euro. Dit is een gemiste kans om te onderzoeken of deze locatie kan uitgroeien tot een volwaardig cultuurcentrum. Uit tevredenheidsanalyses blijkt immers dat gemeenten zonder cultuurcentrum, zoals Huldenberg, Oud-Heverlee en Bertem, aanzienlijk lager scoren dan gemeenten die wel over zo’n infrastructuur beschikken, zoals Overijse en Tervuren.

Een uitgebreider cultureel aanbod, extra zalen voor verenigingen, ruimte voor muziek- en dansonderwijs en een oplossing voor de heemkundige kring – die haar huidige locatie verliest – zouden hier perfect kunnen samenkomen. Ook alternatieve pistes zijn denkbaar: een nieuwe dorpskern met cohousing, of een locatie voor speelpleinwerking in combinatie met het omliggende park en bos. De mogelijkheden zijn legio, maar worden niet onderzocht.

Alles samen genomen wekt het meerjarenplan de indruk dat Huldenberg evolueert naar een logica van vastgoed en “platte commerce”, terwijl het sociale luik opvallend onderbelicht blijft. Voor Groen is dit plan dan ook fundamenteel onevenwichtig en onvoldoende gericht op de noden van gezinnen, verenigingen en inwoners.